De rechtbank Limburg heeft op 2 maart 2016 uitspraak gedaan in een zaak betreffende wijziging van kinderalimentatie na echtscheiding. Uit het ontbonden huwelijk zijn twee minderjarige kinderen geboren, waarvan sinds januari 2015 het hoofdverblijf van één kind bij de man ligt en het andere kind bij de vrouw. De man verzocht de alimentatiebijdrage te wijzigen, met name de bijdrage voor het kind dat bij hem verblijft op nihil te stellen en de bijdrage voor het andere kind te verlagen.
De rechtbank overwoog dat de situatie vanaf 1 januari 2015 feitelijk was gewijzigd doordat het hoofdverblijf van het ene kind bij de man ligt en dat de man daardoor nagenoeg volledig de kosten van dat kind draagt. De vrouw ontving alimentatie voor een kind dat niet meer financieel ten laste van haar kwam, zodat een redelijke terugbetalingsverplichting aanvaardbaar is. De draagkracht van beide ouders werd vastgesteld op respectievelijk €208 en €92 per maand, waarbij rekening werd gehouden met het kindgebonden budget dat de vrouw ontvangt.
Gezien het grote tekort in de behoefte van de kinderen achtte de rechtbank het redelijk en billijk om de draagkracht van de ouders gelijk over de kinderen te verdelen, zodat zij in een financieel gelijkwaardige positie komen te verkeren. De bijdrage van de man aan de vrouw voor het kind dat bij haar verblijft werd vastgesteld op €58 per maand en de bijdrage voor het kind dat bij hem verblijft op nihil. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat ieder zijn eigen kosten draagt.