ECLI:NL:RBLIM:2016:2655

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 maart 2016
Publicatiedatum
25 maart 2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 44
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 8:54 AwbArt. 8:55b AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:89 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd bij beroep tegen niet tijdig beslissen op schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW

Eiser heeft de Nationale Politie aansprakelijk gesteld voor schade op grond van artikel 7:658 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Nadat verweerder niet tijdig op deze aansprakelijkstelling heeft beslist, heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit volgens artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht.

De rechtbank overweegt dat de bestuursrechter alleen bevoegd is om te oordelen over schadevergoedingsverzoeken die voortvloeien uit onrechtmatige besluiten van bestuursorganen, zoals geregeld in titel 8.4 van de Awb. Omdat het verzoek van eiser ziet op schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW Pro en niet op schade door een onrechtmatig besluit, is de bestuursrechter niet bevoegd om kennis te nemen van het beroep.

De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd. Verweerder erkent dat nog geen beslissing is genomen, heeft excuses aangeboden en een dwangsom betaald. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder spoedig inhoudelijk zal beslissen op de aansprakelijkstelling. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op een verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB/ROE 16/44

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 maart 2016 in de zaak tussen

[eiser] , te Roermond, eiser

(gemachtigde: mr. V. Dolderman),
en

Nationale Politie, verweerder

(gemachtigde: C.A. Elfferich).

Procesverloop

Eiser heeft verweerder op 18 juli 2014 aansprakelijk gesteld voor schade als bedoeld in artikel 7:658 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
Na het uitblijven van een beslissing op deze aansprakelijkstelling heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb uitspraak zonder zitting.
2. De rechtbank overweegt ambtshalve het volgende.
3. Op 1 juli 2013 is titel 8.4 (Schadevergoeding) van de Awb in werking getreden. In deze titel is de verzoekschriftprocedure geregeld voor – kort gezegd – gevallen waarin iemand schade stelt te lijden door onrechtmatige besluiten van de overheid. In de artikelen 8:88 en 8:89 van de Awb is geregeld in welke gevallen de bestuursrechter bevoegd is over een verzoek om schadevergoeding te beslissen.
4. De rechtbank constateert dat in dit geval is verzocht om vergoeding van schade op grond van artikel 7:658 van Pro het BW. Het verzoek betreft geen schade als gevolg van een onrechtmatig besluit. Dit betekent dat de reactie van verweerder op de aansprakelijkstelling van 18 juli 2014 evenmin een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van Pro de Awb zal zijn en dat de bestuursrechter niet bevoegd is over een eventueel verzoek om schadevergoeding te oordelen. Dit heeft ook tot gevolg dat de rechtbank niet bevoegd is kennis te nemen van het beroep tegen gericht tegen het niet tijdig beslissen.
5. De rechtbank zal zich dan ook onbevoegd verklaren. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
6. Tot slot wenst de rechtbank nog op te merken dat verweerder heeft erkend dat nog steeds niet op de aansprakelijkstelling van eiser is beslist. Hij heeft uitgelegd wat daar de redenen voor waren en hij heeft excuses aan eiser aangeboden. Verweerder heeft de dwangsom als bedoeld in artikel 4:17 van Pro de Awb aan eiser betaald en heeft toegezegd uiterlijk 5 februari 2016 te zullen beslissen over de aansprakelijkstelling. Voor zover bekend is nog steeds geen beslissing genomen. De rechtbank gaat ervan uit dat verweerder zo spoedig mogelijk inhoudelijk zal reageren op de aansprakelijkstelling van eiser.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd van het beroep kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.M. Nollen, rechter, in aanwezigheid van
J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
25 maart 2016.
w.g. J.B.J.C.L. Caelers-Sijbers,
griffier
w.g. C.M. Nollen,
rechter
Voor eensluidend afschrift:
de griffier,
Afschrift verzonden aan partijen op: 25 maart 2016
AC

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van verzet is verstreken of, indien verzet wordt ingesteld, op dat verzet is beslist.