Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- aanvankelijk door [naam medeverdachte] is benaderd met de vraag of hij geld wilde lenen;
- [naam medeverdachte] vertrouwde, omdat hij zowel lid was van het kerkbestuur, als ook gemeenteambtenaar;
- aan [naam medeverdachte] heeft gevraagd of het niet nodig was leenovereenkomsten op te stellen voor de andere geleende bedragen;
- altijd van plan is geweest het geld terug te betalen.
- wist, in de letterlijke betekenis van het woord, of
- willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard
De bewijsmiddelen
Nadere bewijsoverweging
- op 4 januari 2012 een bedrag van 2.500 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 164);
- op 17 januari 2012 een bedrag van 2.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 172);
- op 3 februari 2012 een bedrag van 5.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 181);
- op 18 april 2012 een bedrag van 2.500 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 206);
- op 18 april 2012 een bedrag van 2.500 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 206);
- op 6 juli 2012 een bedrag van 950 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 238);
- op 6 juli 2012 een bedrag van 950 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 238).
- op 5 september 2011 een bedrag van 2.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 446);
- op 8 september 2011 een bedrag van 1.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 446);
- op 8 september 2011 een bedrag van 1.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 446);
- op 4 juni 2012 een bedrag van 3.800 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 5] van de verdachte (pagina 477);
- op 9 oktober 2012 een bedrag van 3.000 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 490);
- op 28 februari 2013 een bedrag van 2.600 euro overgemaakt op rekeningnummer [rekening nummer 2] van de verdachte (pagina 503).
- 12.950 euro (van rekening [rekening nummer 4] naar rekening [rekening nummer 5] );
- 3.450 euro (van rekening [rekening nummer 4] naar rekening [rekening nummer 2] );
- 2.000 euro (van rekening [rekening nummer] naar rekening [rekening nummer 2] );
- 4.800 euro (van rekening [rekening nummer 3] naar rekening [rekening nummer 5] );
- 8.600 euro (van rekening [rekening nummer 3] naar rekening [rekening nummer 2] ).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden met een proeftijd van drie jaren en
- een taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen vervangende hechtenis.
- de gevolgen van de civiele procedure die het kerkbestuur tegen de verdachte heeft aangespannen;
- de nog te verwachten ontnemingsprocedure;
- de ouderdom van de feiten;
- het feit dat de verdachte first offender is;
- de gezondheidsproblemen van de verdachte die hem beperken in het uitvoeren van een eventuele taakstraf.
- de tijdsduur van drie jaren sinds het plegen van de feiten;
- de medische gesteldheid van de verdachte;
- het feit dat de verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke feiten;
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde voorts tot een taakstraf voor de duur van 150 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;