Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- zelf lid was van het kerkbestuur,
- het penningmeesterschap uitoefende als vrijwilliger en hier geen geldelijke vergoeding tegenover stond en
- met betrekking tot zijn werkzaamheden als penningmeester (feitelijk) niet of nauwelijks verantwoording verschuldigd was aan anderen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- een voorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden met een proeftijd van drie jaren en
- een taakstraf van 200 uren, subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis.
- de invloed van medeverdachte [naam medeverdachte] op het handelen van de verdachte;
- het feit dat de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven;
- het tijdsverloop na het plegen van het feit;
- de negatieve consequenties die de verdachte tot dusverre heeft ondervonden van zijn handelen.
- de verdachte in zijn persoonlijke leven al zwaar is getroffen door het plegen van het strafbare feit, nu hij ten gevolge daarvan zijn baan en huis is kwijtgeraakt;
- er inmiddels bijna drie jaren zijn verstreken sinds het plegen van de feiten;
- de verdachte nooit eerder met justitie in aanraking is gekomen voor soortgelijke feiten;
- de verdachte vanaf het begin openheid van zaken heeft gegeven en spijt heeft van zijn handelen;
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde tot een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt de verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde voorts tot een taakstraf voor de duur van 200 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;