Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De inhoud van het klaagschrift
2.De procesgang
3.Standpunten der partijen
4.De beoordeling
5.Beslissing
verklaartde klacht
gegrond;
gelastonverwijldhet rijbewijs aan klaagster terug te geven.
Rechtbank Limburg
Klaagster werd op 31 januari 2016 betrapt op rijden met een bloedalcoholgehalte van 1,75 mg/ml, waarna haar rijbewijs op 14 februari 2016 werd ingevorderd en tot 28 augustus 2016 werd ingehouden door de officier van justitie. Klaagster, zelfstandig onderneemster in de uitvaartzorg en alleenstaande moeder van vier kinderen, verzocht om teruggave van haar rijbewijs vanwege zwaarwegende persoonlijke en zakelijke belangen.
De rechtbank oordeelde dat de inhouding van het rijbewijs rechtmatig was vanwege het hoge alcoholgehalte en het risico op herhaling. Echter, de persoonlijke omstandigheden van klaagster, waaronder haar zorgplicht voor jonge kinderen en haar bedrijf, vormden zwaarwegende belangen die tegen de verdere inhouding spraken.
De rechtbank besloot daarom het klaagschrift gegrond te verklaren en het rijbewijs per 18 maart 2016 terug te geven. De officier van justitie had bezwaar gemaakt vanwege het belang van de verkeersveiligheid en het feit dat klaagster bewust onder invloed had gereden, maar dit woog niet zwaarder dan de persoonlijke belangen.
Klaagster had geen eerdere overtredingen van rijden onder invloed en toonde inzicht in de risico's, wat mede bijdroeg aan de beslissing. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het rijbewijs van klaagster wordt per 18 maart 2016 teruggegeven ondanks de rechtmatige inhouding.