Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 april 2016 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
7 december 2011 aangevangen.
18 december 2012, heeft eiseres verweerder verzocht om nadeelcompensatie inclusief de betaling van een voorschot. Bij besluit van 23 januari 2013 heeft verweerder aan de afwijzing van het verzoek tot nadeelcompensatie ten grondslag gelegd dat aan de ontruiming van het winkelcentrum ’t Loon op 29 november 2011 geen beslissing in de vorm van een besluit of feitelijk handelen van een bestuursorgaan ten grondslag lag en dat het causaal verband tussen de noodverordening en de schade ontbreekt. Ten aanzien van de last onder bestuursdwang als grondslag voor nadeelcompensatie heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat deze last nog geen formele rechtskracht heeft, zodat in zoverre de beslissing op het verzoek van eiseres is aangehouden. Het bezwaar van eiseres tegen het besluit van
23 januari 2013 is niet-ontvankelijk verklaard bij beslissing op bezwaar van 19 juni 2013. Bij uitspraak van 14 mei 2014
(ECLI:NL:RBLIM:2014:4371)heeft de rechtbank het beroep van eiseres tegen dat besluit ongegrond verklaard. Het daartegen ingestelde hoger beroep is op
1 december 2014 ingetrokken.
(ECLI:NL:RBLIM:2015:1792).
(ECLI:NL:RBLIM:2013:5652)ongegrond verklaard en die uitspraak is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) bij uitspraak van 16 juli 2014
(ECLI:NL:RVS:2014:2656)bevestigd. Daarmee staat vast dat verweerders optreden met een last onder bestuursdwang rechtmatig is. De aangeschrevenen hebben bij een dergelijke last eerst nog de gelegenheid optreden van de kant van het bestuursorgaan te voorkomen door zelf aan de last uitvoering te (doen) geven. Anders dan bij een dwangsomaanschrijving, is er bij een bestuursdwangaanschrijving geen sprake van een opgelegde verplichting, die men moet kunnen nakomen, maar van een geboden gelegenheid om - ter voorkoming van het optreden van het bestuursorgaan zelf - maatregelen te treffen om de illegale situatie te beëindigen.
De conclusie uit het vorenstaande is dat de last onder bestuursdwang geen grondslag biedt voor toekenning van nadeelcompensatie.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit geheel in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 992,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 april 2016.