Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiseres sub 1] ,
1.[gedaagde sub 1] ,
1.De procedure
2.De feiten
27 juli 2015 heeft plaatsgevonden. Op 2 september 2015 is eindvonnis gewezen. Voor zover hier van belang luidt het dictum van dat vonnis:
2 september 2015 en het proces-verbaal van constatering van 22 september 2015 betekend. Tevens is aan [gedaagde] bevolen om aan de inhoud van dat vonnis te voldoen. [gedaagde] is daar niet op ingegaan.
4 december 2015 aan [gedaagde] betekend en bij brief van 9 december 2015 is [gedaagde] nogmaals verzocht om aan het vonnis van 2 september 2015 te voldoen. [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Formele bezwaren
Art. 45 lid 5 Rv Pro, waarin is bepaald dat het exploot en de afschriften daarvan worden ondertekend door de deurwaarder, is opgenomen in afdeling 1.6 van het eerste boek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Met zijn betoog gaat [gedaagde] eraan voorbij dat ingevolge art. 66 lid 1 Rv Pro niet-naleving van al hetgeen in die afdeling is voorschreven, slechts nietigheid meebrengt voor zover aannemelijk is dat degene voor wie het exploot is bestemd, door het gebrek onredelijk is benadeeld. Niet kan worden ingezien dat [gedaagde] door die enkele niet ondertekening van het afschrift door de gerechtsdeurwaarder onredelijk is benadeeld, nog daargelaten dat [gedaagde] (bijgestaan door zijn gemachtigde) in het geding is verschenen.