ECLI:NL:RBLIM:2016:3858
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in kort geding en verzoekschriftprocedure
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hen behandelde in een kort geding en een verzoekschriftprocedure tegen de Rabobank. Zij stelden dat de rechter onpartijdig was vanwege het niet weigeren van laat ingediende producties, het toestaan van een omvangrijke pleitnota van de Rabobank, en de gecombineerde behandeling van beide procedures.
De rechter gaf aan dat procesbeslissingen zoals het al dan niet accepteren van stukken en de regievoering tijdens de zitting binnen zijn discretionaire bevoegdheid vielen en niet onbegrijpelijk waren. De wrakingskamer overwoog dat een rechter moet worden vermoed onpartijdig te zijn tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel aantonen. De gronden van verzoekers waren onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid aan te nemen.
De wrakingskamer concludeerde dat de procesbeslissingen niet onredelijk waren, de regievoering begrijpelijk en dat de gecombineerde behandeling van de procedures geen aanleiding gaf tot vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.