Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 mei 2016 in de zaak tussen
[eiser] , te Beek, eiser
de Korpschef van politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiser stelt zich allereerst op het standpunt dat verweerder zijn bezwaar ten onrechte deels niet-ontvankelijk heeft verklaard. Door te stellen dat het niet mogelijk is bezwaar te maken tegen de in een functiebeschrijving opgenomen niveaubepalende elementen, legt verweerder een onjuiste maatstaf aan. Verweerder had moeten beoordelen in hoeverre de werkzaamheden van eiser de vastgestelde speelruimte en spelregels overstijgen.
Eiser heeft met verwijzing naar stukken, waaronder de voor hem opgemaakte beoordeling, aannemelijk gemaakt dat zijn speelruimte groter was dan verweerder heeft beschreven in de mensfunctiebeschrijving. Eiser verzoekt de rechtbank dan ook te bepalen dat de speelruimte groter was, in die zin dat deze zich uitstrekte tot complexe materie, zeer zelfstandig diepgaand onderzoek en vrijheid bood in de wijze van uitvoeren van alle werkzaamheden.
Voorts is eiser van mening dat hij zijn verzoek om functieonderhoud voldoende heeft onderbouwd met verwijzingen naar de inhoud van een groot aantal documenten. Verweerder gaat niet in op deze onderbouwing en volstaat met de opmerking dat eiser uitsluitend formuleringen heeft overgenomen uit andere (hoger gewaardeerde) functiebeschrijvingen en geen nadere onderbouwing heeft gegeven. Verweerder kan niet volstaan met de eenvoudige ontkenning van eisers onderbouwing.
Daarnaast gaat verweerder ten onrechte voorbij aan de expliciete opdracht tot functie overstijgende werkzaamheden, zoals die blijkt uit de overgelegde beoordeling. Het enkele feit dat deze beoordeling niet door de korpschef is vastgesteld en bekrachtigd, betekent niet dat eiser hieraan geen rechten kan ontlenen. Immers, hiermee staat nog steeds vast dat zijn leidinggevende hem opdracht heeft gegeven tot deze werkzaamheden. De korpschef heeft deze opdracht niet ontkend. Het standpunt van verweerder is al eerder, tijdens de zitting bij de rechtbank van 20 oktober 2011, onhoudbaar gebleken.
Eiser heeft zijn werkzaamheden sinds 2008 in overleg met en in opdracht van zijn leidinggevende uitgebreid ten opzichte van zijn formele functie. In 2009 bleek reeds dat herinrichting van de organisatie nodig was, welke voor eiser een promotie moest inhouden. Om onduidelijke redenen is hiervan afgezien. Dit heeft bij eiser de verwachting gewekt dat op termijn zijn extra inspanningen gewaardeerd zouden worden. Eiser meent dat deze gang van zaken ertoe leidt dat er extra zware eisen moeten worden gesteld aan de afwijzing van zijn verzoek om functieonderhoud.
a. niet zijn opgedragen;
b. niet gedurende ten minste een jaar voorafgaand aan de aanvraag zijn verricht, of
c. niet wezenlijk afwijken van de functie van de ambtenaar.
beleidsondersteuning of bedrijfsvoering.
strategische besluitvormingop regionaal niveau (zie ook het zogenaamde huisvestingsonderzoek dat enkele maanden besloeg waarin verschillende stukken over een periode van 7 jaar moesten worden onderzocht om een besluitvormingstraject over een miljoeneninvestering zowel intern als extern rond te krijgen).
adviseren van knelpunten en oplossingsrichtingen en de strategische besluitvorming op regionaal niveau.”
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 160,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1240,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2016.