ECLI:NL:RBLIM:2016:4568

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 mei 2016
Publicatiedatum
31 mei 2016
Zaaknummer
C/03/219292 / KG ZA 16-156
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verbetering vonnis inzake opheffing conservatoire derdenbeslagen afgewezen

In deze zaak hebben eisers bij brief van 9 mei 2016 verzocht om verbetering van het vonnis van 3 mei 2016, waarin de voorzieningenrechter bepaalde dat diverse conservatoire derdenbeslagen opgeheven zouden worden. Het verzoek richtte zich op een aanpassing van het dictum om de beslagen concreet te specificeren.

Gedaagden hebben bezwaar gemaakt tegen het verzoek tot verbetering en tevens twee tekstuele fouten in het vonnis aangegeven die zij graag verbeterd zagen. Eisers hebben hierop gereageerd.

De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen sprake is van een kennelijke fout zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro. De formulering in het vonnis is voldoende concreet en duidelijk over welke beslagen worden opgeheven. De door gedaagden voorgestelde tekstuele aanpassingen, waartegen eisers geen bezwaar hebben gemaakt, worden aangebracht.

Uiteindelijk wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot verbetering af, maar brengt de gevraagde tekstuele correcties aan in het vonnis. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het vonnis wordt afgewezen, maar enkele tekstuele correcties worden aangebracht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/219292 / KG ZA 16-156
Vonnis van 27 mei 2016
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEHEERMAATSCHAPPIJ ARROS B.V.,
gevestigd te Maastricht,

3.[eiser sub 3] ,

wonende te [woonplaats] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam eiser sub 3] BEHEERSMAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Maastricht,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROXX INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Maastricht,
6. de naamloze vennootschap
NIMA N.V.,
gevestigd te Maastricht,
eisers,
advocaat mr. R.H.G.M. Kerckhoffs;
tegen:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] HOLDING B.V.,
gevestigd te Maastricht,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Maastricht,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam] HANDELMAATSCHAPPIJ B.V.,
gevestigd te Maastricht,
4. naamloze vennootschap
[naam] HANDEL- EN TRANSPORTMAATSCHAPPIJ NV,
gevestigd te Lanaken (België),
gedaagden,
advocaat mr. Ph.W. Schreurs.
Partijen zullen hierna eisers en gedaagden genoemd worden.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van 9 mei 2016 is namens eisers de voorzieningenrechter verzocht om verbetering van het op 3 mei 2016 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat het dictum wordt aangepast dat het dictum luidt – zakelijk weergegeven – dat de voorzieningenrechter de volgende beslagen opheft:
  • de conservatoire derdenbeslagen onder Van Lanschot Bankiers N.V. ten name van [eiser sub 1] ;
  • de conservatoire derdenbeslagen onder ING Bank N.V. en Van Lanschot Bankiers N.V. ten name van Beheersmaatschappij Arros;
  • de conservatoire derdenbeslagen onder ING Bank N.V. en van Lanschot Bankiers N.V. ten name van [eiser sub 3] ;
  • de conservatoire derdenbeslagen onder Van Lanschot Bankiers N.V. ten name van Roxx International.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft gedaagden in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Bij brief van 25 mei 2016 heeft mr. Schreurs namens gedaagden aan de voorzieningenrechter bericht tegen inwilliging van dat verzoek bezwaar te hebben en heeft hij zijnerzijds verzocht een tweetal textuele fouten in het vonnis te verbeteren.
1.3.
Eisers hebben daarop bij e-mail van 26 mei 2016 gereageerd.

2.De beoordeling

2.1.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat geen sprake is van een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 Rv Pro. Door in 3.24. te overwegen dat hij de nader in het dictum te specificeren beslagen onder Van Lanschot en ING Bank zou opheffen, heeft de voorzieningenrechter concreet aangegeven welke beslagen hij zou opheffen. Met de overweging dat “de gelegde beslagen” zullen worden opgeheven, heeft de voorzieningenrechter bedoeld de beslagen op de concrete met bankrekeningnummers aangeduide rekeningen op te heffen, als vermeld in het dictum.
2.2.
De door gedaagden verzochte textuele aanpassingen, waartegen eisers zich niet hebben verzet, zullen door de voorzieningenrechter worden aangebracht.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
wijst het verzoek van eisers af;
3.2.
bepaalt dat de woorden “
[naam] c.s.” in de eerste zin van rechtsoverweging 3.9. verbeterd moeten worden gelezen als
“ [naam] c.s.”;
3.3.
bepaalt dat tussen de woorden “
Evenmin is onaannemelijk” in de eerste zin van rechtsoverweging 3.13. verbeterd moet worden gelezen als “
Evenmin is niet onaannemelijk.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: MT