Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidoost Nederland, locatie Maastricht, gevestigd te Maastricht, verder te noemen: de raad.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de vader om hem alleen met het gezag over zijn minderjarige dochter te belasten. De moeder is vanwege haar minderjarigheid niet gezagsbevoegd. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een advies uit waarin zij voorstelde de voogdij aan de oma moederszijde toe te wijzen, maar de vader maakte hiertegen bezwaar en vroeg het gezag toe te wijzen aan hem.
De rechtbank constateerde dat het onderzoek van de Raad niet volledig was, omdat de recente erkenning van de vader en zijn thuissituatie niet waren onderzocht. Daarom besloot de rechtbank de zaak aan te houden voor aanvullend onderzoek door de Raad, waarbij de vraag centraal staat of de belangen van het kind bij toewijzing van het gezag aan de vader verwaarloosd zouden worden.
Om een gezagsvacuüm te voorkomen, stelde de rechtbank ambtshalve een voorlopige gezagsvoorziening in, waarbij het gezag voorlopig aan de vader wordt toegekend. Dit geldt totdat de rechtbank ten gronde beslist. De rechtbank achtte op basis van het bestaande rapport en de zitting niet aannemelijk dat het gezag aan de vader zou leiden tot verwaarlozing van het kind of dat hij niet bereid zou zijn hulpverlening te accepteren.
De Raad voor de Kinderbescherming krijgt vier maanden de tijd voor aanvullend onderzoek en advies. Daarna kunnen de partijen zich schriftelijk uitlaten over het rapport en wordt de zaak voortgezet. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden in hoger beroep worden aangevochten.
Uitkomst: Vader krijgt voorlopig alleen het gezag over zijn minderjarige dochter toegewezen in afwachting van aanvullend onderzoek.