Uitspraak
,
1.Het verdere procesverloop
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
nietgeheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag geschorst.
4.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot schorsing van het ouderlijk gezag over vier minderjarige kinderen en tot voorlopige voogdijverlening aan een gecertificeerde instelling. De aanleiding was het weigeren van de vader om toestemming te geven voor een dringend noodzakelijk genitaal medisch onderzoek van de kinderen, dat essentieel was om vermoedens van seksueel misbruik te bevestigen of uit te sluiten.
De moeder verbleef tijdelijk in de Verenigde Staten vanwege haar promotieonderzoek, maar keerde spoedig terug naar Nederland zodra zij van de ziekenhuisopname van een van de kinderen hoorde. De rechtbank oordeelde dat de schorsing van de vader gerechtvaardigd was omdat hij de toestemming voor de medische behandeling weigerde en er bovendien een vermoeden bestond dat hij zijn gezag had misbruikt. De moeder werd niet geschorst omdat er onvoldoende aanwijzingen waren dat zij haar toestemming zou weigeren of dat zij een gevaar voor de kinderen vormde.
De voorlopige voogdijmaatregel, die aan de gecertificeerde instelling was toegekend om het gezagsvacuüm op te vullen, werd ingetrokken omdat de moeder het gezag bleef uitoefenen. De schorsing van de vader geldt voor een periode van drie maanden, waarna deze vervalt tenzij de Raad voor de Kinderbescherming een verzoek tot beëindiging van het gezag indient.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kinderrechter F.L.G. Geisel op 17 mei 2016. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak, met tussenkomst van een advocaat.
Uitkomst: De vader wordt geschorst in het gezag over de kinderen en de voorlopige voogdij aan de gecertificeerde instelling wordt ingetrokken.