Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Standpunt verzoeker
3.De beoordeling
……..), immers heeft verdachte niet (tijdig) doorgegeven dat hij werkzaamheden heeft verricht en/of inkomsten heeft genoten’.
Tot 2004 zijn door de verdachte wel inkomsten opgegeven, maar volgens mij zijn er vanaf 2004 geen inkomsten meer opgegeven”bij verzoeker de schijn van vooringenomenheid kan hebben gewekt.
‘dat de verdachte de inkomsten niet heeft opgegeven’, heeft herhaald en bevestigd. Ook nadat de raadsvrouw de opmerking had gemaakt dat de rechter met de door hem gebruikte bewoordingen de schijn van vooringenomenheid had gewekt, heeft de rechter geen aanleiding gezien op zijn woorden terug te komen door bijvoorbeeld op te merken dat zijn woorden wellicht verkeerd zijn overgekomen.