Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 25 november 2015
- de akte uitlating van [eisende partij]
- de akte uitlating van Das.
Rechtbank Limburg
In deze civiele zaak vordert de eisende partij een verklaring voor recht dat de zienswijzeprocedure als bedoeld in artikel 3:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (AWB) kwalificeert als een administratieve procedure in de zin van de Europese richtlijn 87/344/EEG. Daarnaast vordert zij vergoeding van advocaatkosten en buitengerechtelijke incassokosten.
De procedure werd aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen die het Europese Hof van Justitie beantwoordde. De gedaagde partij, DAS, erkent inmiddels dat de gemaakte advocaatkosten in het kader van de zienswijzeprocedure voor dekking in aanmerking komen, maar betwist de omvang van de kosten en de toekenning van buitengerechtelijke incassokosten.
De kantonrechter oordeelt dat de globale specificatie van de advocaatkosten voldoende is om de redelijkheid en omvang aannemelijk te maken en kent een bedrag van € 3.525,37 toe, rekening houdend met een eigen bijdrage en een pro rato verdeling vanwege meerdere belanghebbenden. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat DAS vanaf het begin niet bereid was tot betaling en de kosten derhalve niet redelijk zijn.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart de zienswijzeprocedure administratief en veroordeelt DAS tot betaling van € 3.525,37, terwijl buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.