Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling.
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00;
Rechtbank Limburg
Eind 2014 stelde eiser het kenteken van zijn trike op naam van gedaagde sub 2 om de trike buiten de WSNP te houden, zonder eigendomsoverdracht. Later zette gedaagde sub 2 het kenteken zonder toestemming op naam van gedaagde sub 1, die de trike vervolgens zonder toestemming van eiser meenam.
Eiser vordert in kort geding de teruggave van de trike van gedaagde sub 1 en sub 2. Gedaagde sub 1 voert verweer met een beroep op retentierecht en opschortingsrecht wegens gemaakte kosten en een geldlening, maar de rechtbank verwerpt deze verweren omdat gedaagde sub 1 niet te goeder trouw was en er geen samenhang is tussen de kosten en de teruggavevordering.
De rechtbank oordeelt dat eiser eigenaar blijft van de trike en dat gedaagde sub 1 deze onrechtmatig houdt. De vordering tegen gedaagde sub 2 wordt afgewezen omdat zij niet in bezit is. De rechtbank beveelt gedaagde sub 1 binnen twee dagen de trike af te geven, onder verbeurte van een dwangsom, en veroordeelt partijen in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 wordt veroordeeld om binnen twee dagen de trike aan eiser af te geven onder verbeurte van een dwangsom.