Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van dochter [gedaagde] .
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00;
Rechtbank Limburg
Vader, als vruchtgebruiker van een pand, vordert betaling van achterstallige huurpenningen over zes maanden van zijn dochter, de blote eigenaar, die het bedrijfsgedeelte verhuurt aan derden. De dochter voert verweer dat vader geen spoedeisend belang heeft omdat de onderneming al decennia in het pand is gevestigd en huurbetalingen sinds jaren plaatsvinden zonder dat vader hiertegen eerder optrad.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het ontbreken van spoedeisend belang evident is, mede omdat vader meer dan zestien maanden wachtte met het aanhangig maken van het kort geding na kennisname van de huurbetalingen. Daarnaast acht de rechter het niet aannemelijk dat vader recht heeft op de huurpenningen, omdat hij als voormalig medewerker van de onderneming op de hoogte had moeten zijn van de huurbetalingen en er aanwijzingen zijn dat vader afstand heeft gedaan van zijn recht of dit heeft verwerkt.
De vordering wordt daarom afgewezen en vader wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering van vader tot betaling achterstallige huur afgewezen wegens ontbreken spoedeisend belang en aannemelijkheid afstand van recht.