Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 18 juli 2016, met producties,
- de mondelinge behandeling van 28 juli 2016.
2.Het geschil
- ontbinding van de huurovereenkomst tussen [eiser] en [naam onderbewindgestelde] gesloten met betrekking tot het appartementsrecht aan de [adres 3] , [woonplaats 2] ,
- ontruiming van het appartementsrecht aan de [adres 3] , [woonplaats 2] binnen één week na betekening van vonnis, met machtiging aan [eiser] de ontruiming zo nodig te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm en op kosten van [naam onderbewindgestelde] ,
- betaling van € 3.109,00 ter zake achterstallige huurpenningen tot en met juli 2016, alsmede de nog te vervallen termijnen tot aan de datum van ontruiming, vermeerderd met rente,
- betaling van € 675,18 ter zake veroorzaakte schade, vermeerderd met rente,
- met veroordeling van de Bewindvoerder in de kosten van het geding, vermeerderd met rente en de nakosten.