ECLI:NL:RBLIM:2016:686
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens ontbreken objectieve partijdigheid
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter-commissaris die belast is met de behandeling van een strafzaak. Het verzoek richtte zich op het feit dat de verdachte niet bij het verhoor van getuigen-deskundigen aanwezig mocht zijn en dat hierover informatie vooraf was verstrekt aan de raadsvrouwe van de getuigen-deskundigen.
De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en beoordeeld aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor partijdigheid. Er zijn geen feiten gesteld die wijzen op subjectieve partijdigheid. Ten aanzien van het objectieve criterium oordeelde de kamer dat de mededeling van de rechter-commissaris aan de raadsvrouwe slechts een informatieverstrekking betrof over de gebruikelijke gang van zaken bij getuigenverhoren en geen formele beslissing was.
De rechter-commissaris had de aanwezigheid van de verdachte niet noodzakelijk geacht en heeft haar beslissing open en transparant toegelicht. Er was geen sprake van achterkamertjespolitiek of schending van procesrechtelijke waarborgen. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen door de wrakingskamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is ongegrond verklaard en afgewezen wegens ontbreken van objectieve partijdigheid.