Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
eiseres, verder te noemen “de vrouw”,
advocaat mr. A. van den Eshoff, ter zitting vertegenwoordigd door mr. M.J. Rubberg (toevoeging);
gedaagde, verder te noemen “BJZ”,
verschenen bij monde van mevrouw M. de Lange.
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
(BJZ, vrzgr.)de situatie bij de ouders thuis blijkbaar inmiddels als veilig inschat.
3.Het geschil
4.De beoordeling
[minderjarige 1] zou moeten ervaren dat de voor hem belangrijke mensen samen in gesprek gaan en afspraken kunnen maken. Wanneer dit (nog) niet voldoende lukt, maakt BJZ zich grote zorgen dat [minderjarige 1] op een gegeven moment wel bij zijn ouders gaat wonen, maar dat hij dan het contact met zijn vertrouwde hechtingsfiguren (…) kwijtraakt, door dat de volwassenen met elkaar in conflict raken, welke een zeer traumatische ervaring voor [minderjarige 1] zal opleveren en derhalve ook een ontwikkelingsbedreiging tot gevolg kan hebben.