Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Gelet op de definitie van professioneel vuurwerk zoals hieronder nader zal worden toegelicht – is niet op voorhand vereist dat (destructief) onderzoek door het NFI of een vergelijkbare instelling aan het vuurwerk plaatsvindt. De enkele stelling dat het mogelijk geen vuurwerk betreft, is daarvoor onvoldoende aanleiding. Aangenomen kan ook worden dat vuurwerk van een zelfde fabrikant dat onder een bepaalde merknaam en bepaalde typeaanduiding en in massaproductie vervaardigd is en op de markt wordt gebracht, in beginsel steeds dezelfde samenstelling heeft.
De verbalisanten hebben aangegeven of het vuurwerk is ingedeeld in een categorie, en zo ja in welke, dan wel dat het vuurwerk niet in een categorie is ingedeeld. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de vaststellingen van de politieambtenaren omtrent de hoeveelheid en de aard en indeling van het vuurwerk. De bevindingen worden ook door het fotomateriaal in het dossier bevestigd. Zoals hierna zal blijken is de exacte samenstelling van het vuurwerk voor een bewezenverklaring onder de geldende regelgeving niet (meer) bepalend.
Er ontbreekt een wettelijke bepaling waarin is bepaald dat vuurwerk dat niet in een categorie is ingedeeld per definitie onder een strafbaar gestelde categorie valt.
“
Tot en met 3 juli 2017 wordt onder professioneel vuurwerk mede verstaan vuurwerk dat niet behoort tot categorie 1, 2 of 3 en wel behoort tot:
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
primairbewezenverklaarde levert het strafbare feit op:
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;