Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de brieven, met bijlagen, van [gedaagde] van 15 en 16 augustus 2016,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eiseres dat gedaagde wordt veroordeeld tot onmiddellijke verwijdering en het verwijderd houden van een hekwerk dat gedaagde op zijn dakterras heeft geplaatst, dat fungeert als erfafscheiding tussen de buren. Eiseres stelt tevens een dwangsom en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten voor.
De kantonrechter stelt vast dat de vordering van eiseres een vordering van onbepaalde waarde betreft. Volgens artikel 93 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de kantonrechter alleen bevoegd in zaken met een geldvordering tot € 25.000,00 of zaken die veelal de belangen raken van natuurlijke personen zonder professionele partij. Eiseres heeft echter geen argumenten aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat de waarde van haar vordering onder deze grens ligt.
Gezien het ontbreken van aanknopingspunten om de waarde van de vordering te beperken, verklaart de kantonrechter zich onbevoegd om kennis te nemen van de vordering in kort geding. De zaak wordt met instemming van partijen verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden.
Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de voorzieningenrechter.