Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- een blauwkleurige spijkerbroek;
- een leren jas, vermoedelijk in de kleur roodbruin;
- een lichtkleurig overhemd met V-hals;
- een bril met een lichtgrijs stalen rond montuur;
- zijn grijskleurige haar in een staart;
- een grijskleurig gemêleerde snor.
doden. Gelet daarop acht de rechtbank het niet bewezen dat er sprake was van voorbedachten rade, reden waarom zij de verdachte van de poging moord vrijspreekt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- een voorschot voor de kosten van een cosmetische operatie: € 6.000,00
- wondverzorgingsmateriaal (steriele en chirurgische pleisters): € 493,00
- een voorschot voor gederfde inkomsten: € 5.000,00
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , [adres] , [woonplaats] , van € 1.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 2 mei 2016 tot aan de dag van volledige voldoening;
- verklaart de benadeelde partij ten aanzien van de overige kostenposten en het meerdere van het gevorderde smartengeld niet-ontvankelijk en bepaalt dat dat gedeelte van de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] , € 1.500,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 2 mei 2016 tot aan de dag van volledige voldoening;
- bepaalt dat bij voldoening van de schademaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.