Eisers huurde een woning van Stichting Achmea, die de huurovereenkomst door de kantonrechter liet ontbinden en ontruiming gelastte wegens huurachterstand. Eisers kwam in hoger beroep tegen dit vonnis en verzocht in kort geding om opschorting van de ontruiming zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang van eisers, maar oordeelde dat staking van de tenuitvoerlegging alleen mogelijk is bij misbruik van bevoegdheid door Stichting Achmea. Eisers stelde dat sprake was van een misslag in het vonnis en dat een derde partij garant stond voor huurbetaling, waardoor executie onredelijk zou zijn.
De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende onderbouwd. Er was sprake van een huurachterstand en het vonnis bevatte geen duidelijke misslag. De garantie van de derde partij was onduidelijk en onvoldoende zeker. Het gebrek aan alternatieve huisvesting van eisers was geen reden om de executie te staken.
Daarom werd het verzoek tot opschorting afgewezen en eisers veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. I.M. Etman op 30 augustus 2016.