Eiser is sinds 19 jaar lid van carnavalsvereniging DBP. Tijdens een extra ledenvergadering is zonder zijn aanwezigheid besloten tot beëindiging van zijn lidmaatschap vanwege onwelvoeglijk gedrag, waaronder twee incidenten met een bestuurslid. Eiser betwist de procedurele rechtmatigheid van het besluit en stelt dat het besluit nietig of vernietigbaar is wegens gebrekkige agenda, onjuiste notulen en gebrek aan hoor en wederhoor.
DBP stelt dat het bestuur bevoegd was tot opzegging en dat eiser binnen de statutaire termijn van één maand geen beroep heeft ingesteld bij de algemene vergadering, waardoor hij niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen. De rechtbank oordeelt dat het bestuursbesluit rechtsgeldig is en dat het verzuim van beroep eiser inderdaad niet-ontvankelijk maakt.
In reconventie vordert DBP teruggave van verenigingseigendommen waaronder twee medailles, een ceremoniestok en een steek. Eiser erkent eigendom van de medailles en is bereid deze terug te geven, maar betwist eigendom van de steek en ceremoniestok. De rechtbank oordeelt dat eiser eigenaar is van de steek op grond van betaling, en dat DBP onvoldoende bewijs levert voor eigendom ceremoniestok. Teruggave van medailles wordt veroordeeld met een gematigde dwangsom.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij eiser de eigen kosten draagt voor de conventionele procedure. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door mr. R.P.J. Quaedackers op 31 augustus 2016.