Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Ik heb de boel in brand gestoken, anders krijg ik toch geen hulp’. De verbalisanten hebben de man, zijnde verdachte, vervolgens aangehouden ter zake brandstichting. [3]
‘Iech steek de hut in brand’, waarna verdachte de verbinding verbrak. De getuige heeft vervolgens het alarmnummer gebeld. Gelijk daarna belde een buurvrouw van de [straatnaam] die zei dat [verdachte] de woning in brand had gestoken. [4]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
Bij de reclassering heeft verdachte aangegeven een behandeling voor het leren reguleren van emoties en impulsen alsook voor zijn verslavingsproblematiek niet nodig te hebben. De kans op recidive voor wat betreft brandstichting lijkt klein, maar de kans dat verdachte een delict pleegt vanwege impulscontroleproblematiek en de verslavingsproblematiek lijkt hoog zolang verdachte zich niet behandel- en begeleidbaar opstelt, aldus de reclassering. De reclassering onthoudt zich in dezen van advies, mede gelet op de zorgmijdende houding van verdachte.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen: