ECLI:NL:RBLIM:2016:8619
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen tijdelijke omgevingsvergunning winkelfiliaal
Bij besluit van 10 augustus 2016 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stein een omgevingsvergunning voor het tijdelijk huisvesten van een winkelfiliaal in het Kerensheidegebied te Stein. Verzoeker, eigenaar en exploitant in het centrumgebied van Stein, vreesde omzetverlies en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van deze vergunning.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het belang van verzoeker een financieel belang betrof, dat volgens vaste rechtspraak geen zelfstandige grond is voor een voorlopige voorziening. Een dergelijk belang kan in de bodemprocedure worden gecompenseerd door schadevergoeding.
Een voorlopige voorziening kan slechts worden getroffen indien sprake is van een zwaarwegend financieel belang, zoals een actuele financiële noodsituatie of bedreiging van de continuïteit van de onderneming. Verzoeker heeft echter geen financiële stukken overgelegd waaruit blijkt dat zijn onderneming in gevaar komt door de vergunning.
Daarmee ontbrak het spoedeisend belang en was het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wees het verzoek af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.