ECLI:NL:RBLIM:2016:8982
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens gebrek aan bewijs medeplegen voorbereidingshandelingen synthetische drugs
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine, MDMA en aanverwante stoffen op drie locaties in Eindhoven, Lomm en Roermond in februari 2015.
De officier van justitie vorderde gedeeltelijke vrijspraak voor Roermond en bewezenverklaring voor Eindhoven en Lomm. Het bewijs bestond uit telecomgegevens, observaties en aangetroffen chemicaliën. Verdachte zou betrokken zijn geweest bij ontmoetingen, transportbegeleiding en aanwezigheid op locaties.
De verdediging stelde dat verdachte niet kon worden gekoppeld aan de locaties en dat de telecomgegevens onvoldoende waren om medeplegen aan te tonen. De rechtbank oordeelde dat verdachte geen machtsrelatie of bewustheid had omtrent de stoffen en goederen op de locaties. De aanwezigheid in de buurt en contact met medeverdachten was onvoldoende bewijs.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om betrokkenheid bij de voorbereidingshandelingen aan te tonen.
De uitspraak werd gedaan door mr. S.V. Pelsser, mr. A.K. Kleine en mr. K.J.H. Hoofs op 14 oktober 2016 te Roermond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen voorbereidingshandelingen.