ECLI:NL:RBLIM:2016:8983
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplegen voorbereidingshandelingen productie synthetische drugs
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine, MDMA en aanverwante stoffen op drie locaties: Eindhoven, Lomm en Roermond. Het onderzoek startte begin 2015 naar aanleiding van TCI-informatie en leidde tot doorzoekingen op genoemde locaties waar chemicaliën en goederen werden aangetroffen die gerelateerd zijn aan synthetische drugsproductie.
De officier van justitie vorderde vrijspraak voor de locatie Eindhoven wegens gebrek aan bewijs, maar wilde bewezenverklaring voor Lomm en Roermond op basis van telecomgegevens, observaties en aangetroffen stoffen. De verdediging betoogde dat verdachte niet betrokken was bij de locaties en dat het bewijs onvoldoende specifiek was.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was voor betrokkenheid van verdachte bij de locaties Eindhoven, Lomm en Roermond. De verklaringen en telecomgegevens waren onvoldoende om een machtsrelatie of bewustzijn van de stoffen aan te tonen. De verdachte werd dan ook vrijgesproken van het ten laste gelegde.
De uitspraak werd gedaan door mr. S.V. Pelsser, mr. A.K. Kleine en mr. K.J.H. Hoofs op 14 oktober 2016, waarbij mr. Hoofs het vonnis niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van medeplegen voorbereidingshandelingen.