ECLI:NL:RBLIM:2016:8984
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen voorbereidingshandelingen en bezit XTC
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor twee feiten: medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van amfetamine/MDMA en het opzettelijk aanwezig hebben van ruim 7 kilogram XTC in zijn woning. Het onderzoek startte begin 2015 na TCI-informatie en leidde tot doorzoekingen op drie locaties waar chemicaliën en harddrugs werden aangetroffen.
De officier van justitie stelde dat verdachte als bestuurder van een Iveco bus betrokken was bij het vervoer van chemicaliën naar een garagebox en dat hij de drugs in zijn woning in bezit had. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was dat verdachte wist wat hij vervoerde en dat ook anderen toegang hadden tot de woning waar de XTC werd gevonden.
De rechtbank oordeelde dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte wetenschap had van de inhoud van de bus of dat hij de chemicaliën in de garagebox had geplaatst. Ook voor het bezit van de XTC was onvoldoende bewijs, mede omdat de drugs onder de matras in een logeerkamer lagen waar ook anderen verbleven en meerdere personen een sleutel hadden. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide tenlasteleggingen.
Daarnaast werd een inbeslaggenomen geldbedrag van 2.425 euro teruggegeven aan verdachte omdat niet meer aan de beslagvoorwaarden werd voldaan. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarvan één niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen voorbereidingshandelingen en bezit van XTC.