Uitspraak
1.Het procesverloop
2.2. De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten van partijen ter zitting
5.De beoordeling
6.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming om het ouderlijk gezag over minderjarige [X] te beëindigen en de Gecertificeerde Instelling tot voogd te benoemen. [X] verblijft sinds 2013 onder toezicht en is sinds 2013 uit huis geplaatst; sinds 2016 verblijft zij bij een instelling in Horn. De moeder oefent het gezag uit en is tegen het verzoek, net als [X].
Uit het raadsrapport blijkt dat [X] ernstige ontwikkelingsbedreigingen ondervindt door problematische gezinsomstandigheden. De moeder heeft zelf ook problematiek en kan onvoldoende tegenwicht bieden, maar werkt goed samen met hulpverlening. De Raad stelt dat het perspectief voor [X] niet bij de moeder ligt.
De rechtbank overweegt dat hoewel er een situatie is die beëindiging van het gezag zou rechtvaardigen, het belang van de minderjarige leidend is. Omdat de moeder het gezag adequaat uitoefent, de relatie tussen moeder en kind goed is, en zowel moeder als kind tegen het verzoek zijn, wordt het verzoek afgewezen. De rechtbank wijst erop dat het een discretionaire bevoegdheid betreft en dat het niet in het belang van [X] is om het gezag te beëindigen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het ouderlijk gezag over [X] wordt afgewezen omdat dit niet in het belang van de minderjarige is.