ECLI:NL:RBLIM:2016:9600
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs economische uitbuiting Poolse champignonplukkers
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van mensenhandel in de vorm van economische uitbuiting van 16 Poolse champignonplukkers. De verdachte zou betrokken zijn geweest bij werving, huisvesting en controle van de werknemers binnen Prime Champ Production B.V.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende bewijs was voor een kwetsbare positie van de werknemers, dat de verdachte slechts een ondergeschikte rol had en dat het bewijs grotendeels gebaseerd was op verklaringen van Poolse werknemers die niet als getuigen konden worden gehoord. Ook werd betoogd dat de rechtbank niet bevoegd was om te oordelen over handelingen in Polen.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte weliswaar betrokken was bij de werving en controle van de huisvesting, maar geen leidinggevende bevoegdheden had en niet betrokken was bij de financiële benadeling van de werknemers. Er was geen wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte oogmerk had op uitbuiting of voordeel had genoten.
De rechtbank oordeelde dat de verdachte slechts een faciliterende rol had en onvoldoende bijdrage leverde voor medeplegen. Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde varianten van economische uitbuiting. De rechtbank vond het disproportioneel om van de verdachte te verlangen haar baan op te geven terwijl zij slechts beperkte kennis had van de uitbuiting.
De verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde feit van economische uitbuiting van Poolse champignonplukkers.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en ondergeschikte rol bij economische uitbuiting.