ECLI:NL:RBLIM:2016:9601
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor medeplegen economische uitbuiting van Poolse champignonpluksters
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen de verdachte, die werd beschuldigd van medeplegen van mensenhandel in de vorm van arbeidsuitbuiting van 16 Poolse champignonpluksters. De verdachte had binnen het bedrijf een ondergeschikte rol en hield zich voornamelijk bezig met de werving van de pluksters.
De officier van justitie stelde dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kon worden, terwijl de verdediging betoogde dat de verdachte geen leidinggevende functie had en onvoldoende betrokken was bij de uitbuiting. Er was geen bewijs dat zij betrokken was bij de financiële benadeling of dat zij het oogmerk had om de pluksters uit te buiten.
De rechtbank concludeerde dat hoewel de verdachte kennis had van klachten en incidenteel de huisvesting controleerde, zij geen beslisbevoegdheid had en slechts als tolk optrad. Er was geen positief bewijs van haar betrokkenheid bij de financiële benadeling of andere misstanden. De verdachte had onvoldoende materiële en intellectuele bijdrage geleverd om van medeplegen te spreken.
Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van alle tenlastegelegde varianten van economische uitbuiting. De rechtbank vond het disproportioneel te eisen dat de verdachte ontslag zou nemen om zich te distantiëren, gezien haar beperkte rol en kennis.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor medeplegen economische uitbuiting.