Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling;
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
Partijen zijn voormalig echtgenoten van wie het huwelijk in 2013 is ontbonden. In het echtscheidingsconvenant en een aanvulling daarop is geregeld dat de woning niet wordt verkocht tenzij de man niet in staat is deze over te nemen. Na het niet slagen van de overname, wil de man de woning verkopen aan derden tegen een bod van €187.500,-. De vrouw verzet zich aanvankelijk tegen verkoop zonder betaling van €1.000,-, maar stemt uiteindelijk in met verkoop aan de huidige kopers.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw met onmiddellijke ingang medewerking moet verlenen aan de verkoop en levering van haar aandeel in de woning aan de huidige kopers tegen het genoemde bod. De vordering tot medewerking aan verkoop aan andere kopers tegen een prijs van minimaal €170.000,- wordt afgewezen omdat deze te algemeen is en de vrouw een rechtens te respecteren belang heeft bij een zo hoog mogelijke opbrengst.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en verdere vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van haar aandeel in de woning aan de huidige kopers tegen €187.500,-.