Uitspraak
14.De rechtbank overweegt als volgt.
34.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser ontving van 2000 tot 2009 bijstand, maar verweerder trok deze bijstand in en vorderde terug wegens vermoedens van fraude en schending van de inlichtingenplicht. Uit onderzoek van sociale recherche en politie bleek dat eiser en zijn familie beschikten over aanzienlijke vermogensbestanddelen en inkomsten uit illegale activiteiten, terwijl zij bijstand ontvingen.
De rechtbank overwoog dat de schending van de inlichtingenplicht een geldige grond is voor intrekking van de bijstand, omdat hierdoor niet kan worden vastgesteld of eiser recht had op bijstand. De terugvordering is niet verjaard omdat verweerder pas in 2011 voldoende feiten kende om tot terugvordering over te gaan.
Eisers beroep op het vertrouwensbeginsel en de lange duur van de procedure werd verworpen. Ook het betoog dat het besluit gebrekkig gemotiveerd was, werd niet gevolgd omdat verweerder voldoende onderzoek had gedaan en op bezwaar had gereageerd. De rechtbank concludeerde dat eiser geen recht had op bijstand in de onderzochte periode en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard.