ECLI:NL:RBLIM:2017:1090
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vereffening insolvente nalatenschap en vaststelling vereffeningskosten
Op 9 november 2015 werd het stoffelijk overschot van de erflater aangetroffen. De nalatenschap bleek insolvent met een passief van €41.151,05 en nihil aan activa. Verzoekers werden benoemd tot vereffenaar en vroegen de opheffing van de vereffening, vaststelling van de vereffeningskosten en het griffierecht ten laste van de Staat te brengen.
De kantonrechter concludeerde dat de vereffeningskosten het actief ruimschoots overtreffen, waardoor opheffing van de vereffening gerechtvaardigd is. De kosten werden vastgesteld op €4.037,41, bestaande uit loon van de vereffenaars, reiskosten en overige kosten. Het griffierecht van €78,00 wordt analoog aan faillissementsrecht ten laste van de Staat gebracht.
De kantonrechter beval tevens publicatie van de opheffing in de digitale Staatscourant en inschrijving in het boedelregister. Het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: De vereffening van de insolvente nalatenschap wordt opgeheven en de vereffeningskosten vastgesteld, met griffierecht ten laste van de Staat.