Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
(over feit 1)tegenover de politie verklaard [10] dat [naam verdachte] op 26 mei 2017, nadat deze bij die woning had aangebeld, naar de achterzijde van de woning te Nederweert is gelopen. Hij verklaarde voorts dat hij niet weet of [naam verdachte] daar binnen is geweest, daar hij dit niet zag omdat hij voor de woning stond. Hij wilde bij de fietsen van hun blijven staan, die voor die woning stonden.
over feit 2)tegenover de politie verklaard [11] dat hij bij de betrokken woning te Weert ook op de oprit is blijven staan en dat [naam verdachte] daar achterom is gelopen via de oprit aan de rechterzijde van die woning. Hij is daar weer bij de fietsen blijven staan. Hij weet niet wat [naam verdachte] daar heeft gedaan. [naam verdachte] was buiten zijn zicht.
over feit 3)tegenover de politie verklaard [12] dat hij en [naam verdachte] op 26 mei 2017 in een kapelletje, gelegen aan de weg [adres 4] te Nederweert, wat hebben weggenomen. Hij heeft verder verklaard dat zij beiden dat kapelletje binnen gegaan zijn, dat zij in dat kapelletje geld hebben gepakt en daarna weer naar buiten gegaan zijn. Dat geld zat in een kluis, in een bak. Zij kwamen aan dat geld doordat [naam verdachte] een schroevendraaier had. [naam verdachte] heeft gebroken om bij dat geld te komen. [naam verdachte] had toen vijftig euro ongeveer. Zij hadden van niemand toestemming om dat geld te pakken.
over feit 1) dat hij op 26 mei 2017 samen met [naam medeverdachte] met de fiets naar een woning aan de [adres 5] te Nederweert is gegaan, dat alleen hij bij die woning achterom is geweest, dat hij zag dat in de veranda van die woning een televisie aan stond en dat hij daar buiten door de bewoner van die woning is aangesproken. Als hij toen wel in de woning was geweest had hij zeker iets uit die woning weggenomen. Verdachte verklaarde verder (
over feit 2) dat hij die dag met [naam medeverdachte] ook naar een woning aan de Breijbaan te Weert is gegaan. Voorts heeft de verdachte verklaard (
over feit 3) dat hij diezelfde dag met [naam medeverdachte] tevens in een aan de weg [adres 4] gelegen kapel is geweest, in welke kapel zich een offerblok en een melkbus bevond.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.Het beslag
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte voor die feiten strafbaar;
plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;
teruggave van de volgende in beslag genomen voorwerpen, te weten: