ECLI:NL:RBLIM:2017:1138

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 februari 2017
Publicatiedatum
9 februari 2017
Zaaknummer
C/03/230474 / KG RK 17-17
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 261 Boek 1 RvArt. 278 lid 3 Boek 1 RvArt. 548 Boek 1 RvArt. 549 Boek 1 RvArt. 3:268 lid 2 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om verlof tot ondershands verkopen van hypothecair verbonden onroerende zaak door notaris

In deze civiele zaak heeft de besloten vennootschap [A] Holding B.V. een verzoek ingediend om verlof te verkrijgen voor de ondershands verkoop van een hypothecair verbonden onroerende zaak. Het verzoek werd ingediend door een notaris, wat aanleiding gaf tot discussie over de ontvankelijkheid van het verzoek.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat, hoewel de hoofdregel is dat verzoekschriften door een advocaat moeten worden ingediend, artikel 3:268 lid 3 BW Pro expliciet toestaat dat een notaris een dergelijk verzoek kan indienen. Dit artikel heeft een procesrechtelijke functie in deze context, waardoor het verzoek ontvankelijk is.

De inhoudelijke beoordeling van het verzoek leidde tot de conclusie dat het verzoek gegrond is en dat het verlof tot ondershands verkopen van het perceel bouwgrond aan de betreffende locatie kan worden verleend. De beschikking is gegeven door mr. J.M.P. Drijkoningen en op 9 februari 2017 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek om verlof tot ondershands verkopen van de hypothecair verbonden onroerende zaak is ontvankelijk en toegewezen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
zaaknummer / rekestnummer: C/03/230474 / KG RK 17-17
Beschikking van de voorzieningenrechter van 9 februari 2017
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] HOLDING B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats A] ,
verzoekster,
notaris mr. J.A.P. Dings,
en
1. mr. H.A.W. van Wel in zijn kwaliteit van curator van de op 22 maart 2016 in staat van faillissement verklaarde de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
A.N.R. PROJECTEN B.V.,
kantoorhoudende te Weert
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] BEHEER B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats B] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] BEHEER B.V.,
gevestigd te [Vestigingsplaats C] ,
4.
[C],
wonende te [woonplaats C] ,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D] BEHEER B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats D] ,
6.
[D],
wonende te [woonplaats D] ,
belanghebbenden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- de mondelinge behandeling op 7 februari 2017.
1.2.
Namens verzoekster [A] Holding B.V. is verschenen de heer [A] , bijgestaan door de heer mr. J.A.P. Dings en namens belanghebbende [B] Beheer B.V. is de heer [B] verschenen. De overige belanghebbenden zijn, hoewel deugdelijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De beoordeling

2.1.
De ontvankelijkheid van het verzoek.
2.1.1.
Artikel 261 van Pro boek 1 Rv bepaalt dat, voor zover uit de wet niet het tegendeel voortvloeit, titel 3 van toepassing is op alle zaken die met een verzoekschrift moeten worden ingeleid. Artikel 278 lid 3 boek Pro 1 Rv maakt onderdeel uit van deze titel. Daarin is de processuele (hoofd)regel neergelegd dat, tenzij indiening bij de kantonrechter plaatsvindt of ingevolge een bijzondere wettelijke bepaling niet door een advocaat behoeft te geschieden, verzoekschriftenzaken door een advocaat moeten worden ingediend. Dit verzoek is echter ingediend door een notaris en niet door een advocaat. Dat doet de vraag rijzen of verzoekster in haar verzoek kan worden ontvangen. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en motiveert dat oordeel als volgt.
2.1.2.
Anders dan in artikel 549 boek Pro 1 Rv, dat betrekking heeft op het inroepen van een huurbeding door de hypotheekhouder, is in artikel 548 boek Pro 1 Rv niet expliciet bepaald dat een verzoek ondershandse verkoop door een notaris kan worden ingediend. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om verzoeken tot ondershandse verkoop onder de hierboven geformuleerde processuele hoofdregel te laten vallen en dat deze dus enkel door een advocaat kunnen worden ingediend.
2.1.3.
Echter, in artikel 3:268 lid 3 BW Pro is uitdrukkelijk bepaald dat een dergelijk verzoek ook kan worden ingediend door een notaris. Ondanks dat artikel 3:268 BW Pro in beginsel een materieelrechtelijke bepaling is, heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voormeld artikellid een puur processuele functie. In materieelrechtelijke zin is dit artikellid immers zinledig. De slotsom is dat een notaris bij de rechtbank namens de hypotheekhouder een verzoekschrift kan indienen niet alleen in het geval waarin laatstgenoemde een beroep doet op een in de hypotheekakte voorkomend huurbeding maar ook indien de hypotheekhouder het verhypothekeerde goed ondershands wil verkopen.
2.2.
De voorzieningenrechter gaat over tot de inhoudelijke beoordeling van het verzoek.
Het strekt tot het verkrijgen van verlof als bedoeld in art. 3:268 lid 2 BW Pro om de hierna vermelde onroerende zaak onderhands te verkopen volgens de bij het verzoek gevoegde koopovereenkomst. Geoordeeld wordt dat het verzoek als gegrond op de wet moet worden toegewezen.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter:
3.1.
bepaalt dat de verkoop van de hypothecair verbonden onroerende zaak, plaatselijk bekend een perceel (bouw)grond gelegen aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente [gemeente] sectie [sectie] nummer [nummer] , groot 12 are en 15 centiare, onderhands kan geschieden overeenkomstig de hierbij goedgekeurde koopovereenkomst.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.P. Drijkoningen en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2017. [1]

Voetnoten

1.type: