Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
(hierna: verzoeker),
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een wrakingsverzoek van verzoeker tegen mr. W.L.J. Voogt, rechter in de rechtbank Limburg, ingediend na een mondelinge uitspraak in een bezwaarschriftprocedure. Verzoeker stelde dat de rechter in strijd handelde met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en verwees naar zijn slechte gezondheidstoestand.
De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet meer gericht kon zijn tegen de rechter van de rekestenkamer, maar tegen de politierechter die de strafzaak zou behandelen. Ondanks begrip voor het gevoel van onrecht bij verzoeker, bleek uit de aangevoerde gronden geen sprake van subjectieve of objectieve partijdigheid of schijn daarvan.
Daarom concludeerde de wrakingskamer dat onvoldoende zwaarwegende gronden waren aangevoerd om de wraking toe te wijzen. Het verzoek werd dan ook afgewezen en de beslissing werd openbaar uitgesproken op 1 februari 2017.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens onvoldoende zwaarwegende gronden voor partijdigheid.