Op 20 mei 2017 heeft verdachte aangever meerdere malen met een schaar in de rug gestoken en met een voorwerp in het gezicht geslagen. De rechtbank achtte niet bewezen dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood of zwaar lichamelijk letsel van aangever, mede gezien de aard van het letsel en het gebruikte schaartje. Verdachte werd daarom vrijgesproken van poging doodslag en poging zwaar lichamelijk letsel.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte mishandeling heeft gepleegd. De rechtbank verwierp het noodweer- en putatief noodweerverweer, omdat geen wapen bij aangever was aangetroffen en verdachte de confrontatie zelf opzocht. Psychologisch en psychiatrisch onderzoek concludeerden dat verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar is.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 192 dagen, waarvan 78 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht. Daarnaast werd de schaar verbeurd verklaard en de jas teruggegeven aan het slachtoffer. Een eerdere voorwaardelijke geldboete werd niet ten uitvoer gelegd.