ECLI:NL:RBLIM:2017:11863
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Op 27 november 2017 diende verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Limburg, omdat deze kamer onderzoekswensen van de verdediging had afgewezen. Verzoeker stelde dat deze afwijzing duidt op vooringenomenheid, omdat een alternatief scenario terzijde werd geschoven.
De rechters van de meervoudige strafkamer gaven ter zitting aan dat de afwijzing gebaseerd was op onvoldoende materiaal van een getuige uit België en dat dit geen voorbarige conclusie over de zaak inhoudt. De officieren van justitie benadrukten dat rechters de vrijheid hebben om beslissingen te nemen en dat de afwijzing van het horen van bepaalde getuigen geen indicatie is van de uitkomst.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke onpartijdigheid. Er waren geen aanwijzingen voor een persoonlijke overtuiging of gedrag van de rechters die partijdigheid zou suggereren, noch was er een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
De beschikking werd op 27 november 2017 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit R.H.J. Otto, W.E. Elzinga en G.P.C. Dijkshoorn-Sleebe, in aanwezigheid van griffier M.J.W.D. Janssen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.