ECLI:NL:RBLIM:2017:11865
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen leden meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid
Op 27 november 2017 diende verzoeker, vertegenwoordigd door zijn advocaat, een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg. Het verzoek betrof vermeende vooringenomenheid vanwege het weigeren van nader onderzoek naar bepaalde getuigen, wat volgens verzoeker de schijn van partijdigheid zou wekken.
De rechters en het openbaar ministerie gaven aan dat de beslissing om bepaalde onderzoekswensen niet te honoreren gebaseerd was op onvoldoende aanknopingspunten en dat dit niet vooruitliep op de inhoudelijke beoordeling van de strafzaak. De wrakingskamer oordeelde dat de rechterlijke onpartijdigheid moet worden vermoed en dat een wrakingsverzoek slechts gegrond kan zijn bij uitzonderlijke omstandigheden die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren.
Na zorgvuldige afweging concludeerde de wrakingskamer dat noch subjectieve noch objectieve aanwijzingen voor vooringenomenheid aanwezig zijn. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen. De beslissing werd op 28 november 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de leden van de meervoudige strafkamer is afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.