Eisende partij was sinds 2003 in dienst bij gedaagde partij en was van 2014 tot 2016 arbeidsongeschikt. Na re-integratie en detachering eindigde de arbeidsovereenkomst in oktober 2016. Partijen hadden een regeling getroffen over loonbetaling en verlofuren.
Eisende partij vorderde betaling van te late loonbetalingen, correctie van foutieve verrekeningen van voorschotten, uitbetaling van niet opgenomen verlof- en adv-uren en volledige loondoorbetaling tijdens het derde ziektejaar. Gedaagde partij voerde verweer en betwistte onder meer de hoogte van de aanspraken.
De kantonrechter oordeelde dat de te late betalingen loon betroffen waarop wettelijke verhoging van toepassing is, matigde deze gedeeltelijk. De foutieve verrekening van voorschotten werd erkend en deels toegewezen. De uitbetaling van niet opgenomen verlof- en adv-uren werd vastgesteld op 815,9 uren, met een bruto bedrag van € 7.801,34 plus een gematigde wettelijke verhoging. De loondoorbetaling tijdens het derde ziektejaar werd afgewezen omdat geen wettelijke of cao-regeling een hoger percentage dan 70% voorschrijft.
De buitengerechtelijke incassokosten werden niet toegewezen. Gedaagde partij werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen en in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.