Uitspraak
4.De rechtbank overweegt als volgt.
12.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser heeft beroep ingesteld tegen zijn strafontslag en de afwijzing van zijn aanvraag voor bijstand. De rechtbank verklaart het beroep tegen het strafontslag niet-ontvankelijk omdat het te laat is ingediend en deze termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Hierdoor staat het strafontslag in rechte vast.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat eiser verwijtbaar werkloos is geworden wegens plichtsverzuim binnen de proeftijd. Met betrekking tot de bijstandsaanvraag is het vermogen van eiser vastgesteld op meer dan de voor hem geldende vermogensgrens, mede door de waarde van een garagebox. Eiser heeft weliswaar schriftelijke overeenkomsten overgelegd waaruit leningen van familieleden blijken, maar heeft niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken aangetoond dat deze bedragen daadwerkelijk zijn uitbetaald.
De rechtbank acht het aanbod om familieleden als getuigen te horen niet relevant, omdat zij niets anders zullen verklaren dan reeds schriftelijk is vastgelegd. Het beroep tegen de afwijzing van de bijstand wordt daarom ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het strafontslag is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de afwijzing van bijstand is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van schulden.