De rechtbank Limburg heeft op 15 december 2017 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die ervan werd verdacht samen met anderen valse bankbiljetten van 50 euro te hebben nagemaakt en uitgegeven in de periode van 11 tot en met 14 februari 2014. Verdachte stelde haar woning ter beschikking en werkte actief mee door het bedienen van de printer.
De rechtbank achtte medeplegen wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van medeverdachten en de bekentenis van verdachte. Er was sprake van een bewuste en nauwe samenwerking waarbij verdachte een niet-ondergeschikte rol had en daarvoor een vergoeding zou ontvangen.
Hoewel het namaken van bankbiljetten ernstig wordt beoordeeld vanwege de aantasting van het vertrouwen in het betalingsverkeer, hield de rechtbank rekening met de beperkte rol van verdachte, haar gezondheidstoestand (inclusief een herseninfarct in oktober 2017), het feit dat haar kleinkinderen bij de zaak betrokken waren, en de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn. Daarom werd verdachte schuldig verklaard zonder strafoplegging.