Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald
- de comparitie van partijen op 27 november 2017.
Rechtbank Limburg
In april 2015 zocht gedaagde partij contact met eisende partij voor reparatie van autoschade. Eisende partij voerde de reparaties uit en stuurde facturen die onbetaald bleven. Gedaagde stelde dat de overeenkomst onder een opschortende voorwaarde was gesloten, namelijk dat reparatie alleen mocht plaatsvinden bij vergoeding door Stichting Waarborgfonds. Dit is niet komen vast te staan.
Tijdens de comparitie erkende gedaagde de verschuldigdheid van een deel van de factuur, maar betwistte het overige bedrag op basis van de voorwaardelijke verbintenis. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de auto ter reparatie had aangeboden zonder voorbehoud en dat geen protest is gemaakt bij ontvangst van de facturen.
De vordering tot betaling van de factuurbedragen en de wettelijke rente werd toegewezen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten. Ook de vordering voor schadevergoeding wegens bestede uren werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing. Proceskosten werden gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 3.216,66 plus wettelijke rente over de facturen.