Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in schade veroorzaakt door bevers die een beverdam hadden gebouwd, waardoor wateroverlast ontstond en natschade aan haar boomkwekerij werd veroorzaakt. Verweerder wees de aanvraag af omdat de schade niet als directe schade door beschermde diersoorten kon worden aangemerkt.
De rechtbank stelt vast dat de Wet natuurbescherming van toepassing is en dat alleen schade die redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van eiseres behoort te blijven, voor vergoeding in aanmerking komt. Jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat alleen directe schade aan gewassen vergoed wordt, niet indirecte schade zoals wateroverlast.
Gezien de beoordelingsruimte van verweerder en de jurisprudentie acht de rechtbank het standpunt van verweerder redelijk dat de door bevers veroorzaakte wateroverlast en de daaruit voortvloeiende schade in een te ver verwijderd verband staan om vergoed te worden. Het beroep wordt ongegrond verklaard.