ECLI:NL:RBLIM:2017:12814

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 augustus 2017
Publicatiedatum
29 december 2017
Zaaknummer
C/03/236025 / BZ RK 17-840
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot verbetering beschikking ex art. 31 Rv wegens ontbreken wettelijke grondslag

In deze zaak heeft de cassatieadvocaat verzocht om verbetering van een eerdere beschikking van de rechtbank Limburg, waarbij specifiek werd gevraagd om vermelding van een door de advocaat van betrokkene ingediende brief van 24 mei 2017 met bijlagen. De rechtbank heeft onderzocht of deze brief daadwerkelijk was ontvangen en onderdeel uitmaakt van het dossier.

Uit het onderzoek bleek dat de brief en bijlagen inderdaad door de rechtbank waren ontvangen en dus onderdeel van het dossier vormen. De rechtbank overwoog dat er echter geen wettelijke grondslag bestaat om in de beschikking afzonderlijk melding te maken van elke ontvangen brief, ook niet als deze omvangrijk is.

Daarom concludeerde de rechtbank dat er geen sprake is van een evidente fout die op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor verbetering in aanmerking komt. Het verzoek tot verbetering werd dan ook afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door rechter F.L.G. Geisel op 22 augustus 2017.

Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de beschikking wordt afgewezen wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum beschikking: 22 augustus 2017
Zaaknummer: C/03/236025 / BZ RK 17/840
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven
in de zaak van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], thans gemeente [gemeente] op [1941],
wonend te [woonplaats] gemeente [gemeente],
thans verblijvend in [verpleeghuis], [vestigingsplaats],
verder te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.J.M. Dreessen, kantoorhoudend te Sittard, gemeente Sittard-Geleen.

1.Het verloop van de procedure

Bij mailbericht van 28 juli 2017 heeft mr. Reijntjes-Wendenburg, als cassatieadvocaat in deze zaak, verzocht de beschikking van 13 juni 2017, zoals verbeterd bij beschikking van 12 juli 2017, andermaal te verbeteren.
De rechtbank heeft de belanghebbenden in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten.
Van de zijde van de officier van justitie, de mentor en de voor de behandeling verantwoordelijken zijn reacties ontvangen.

2.De beoordeling

De cassatieadvocaat werpt de vraag op of de door de advocaat van de betrokkene ingediende brief van 24 mei 2017 met bijlagen (met een totale omvang van ruim 50 pagina’s) door de rechtbank is ontvangen en verbindt vervolgens aan het feit dat daarvan in de beschikking geen melding is gemaakt de conclusie dat sprake is van een kennelijke fout die op de voet van het bepaalde in art op artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor verbetering in aanmerking komt.
De brief van 24 mei 2017 met bijlagen is door de rechtbank ontvangen. Daarmee maakt die brief, net als de bijlagen, onderdeel uit van het dossier. Een wettelijke grondslag die brief met bijlagen in de beschikking afzonderlijk te vermelden bestaat niet. Van een evidente fout is derhalve geen sprake. Het verzoek tot verbetering zal worden afgewezen.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot verbetering af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter, en uitgesproken op 22 augustus 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen de verbetering of de weigering daarvan staat geen voorziening open