Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde in conventie, eiser in reconventie sub 1] ,
[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie sub 2],
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een geschil tussen twee partijen over het gebruik van een strook grond die aan een perceel grenst. De eiser vordert primair dat de strook wordt aangewezen als noodweg ten dienste van zijn perceel, omdat hij stelt geen behoorlijke toegang tot de openbare weg te hebben. De gedaagde heeft de strook afgesloten, wat tot het geschil leidde.
De rechtbank constateert dat de eiser wel degelijk een behoorlijke toegang tot de openbare weg heeft via een andere strook die toegankelijk is voor auto's. Het feit dat de eiser zijn perceel moet aanpassen om deze toegang te gebruiken, doet hieraan niet af. Daarom is geen sprake van een noodweg zoals bedoeld in art. 5:57 lid 1 BW Pro.
Verder oordeelt de rechtbank dat het afsluiten van de strook door de gedaagde in beginsel rechtmatig is als uitoefening van het eigendomsrecht en dat geen feiten zijn aangevoerd die misbruik van recht aannemelijk maken. De vorderingen van de eiser worden daarom afgewezen, en hij wordt veroordeeld in de proceskosten. De voorwaardelijke vordering van de gedaagde tot vergoeding wordt niet inhoudelijk behandeld omdat de primaire vordering is afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot aanwijzing van een noodweg en het verbod op afsluiting worden afgewezen.