ECLI:NL:RBLIM:2017:12881

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 juli 2017
Publicatiedatum
27 februari 2018
Zaaknummer
C/03/237613 / BZ RK 17/1091
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • J.N.F. Sleddens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Wet BopzArt. 37a Wet BopzArt. 38 Wet Bopz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortgezet verblijf in verpleeginrichting voor betrokkene met geestvermogensstoornis

De rechtbank Limburg behandelde op 27 juli 2017 het verzoek van de officier van justitie om een machtiging tot voortgezet verblijf te verlenen aan betrokkene, die reeds op grond van een voorlopige machtiging in een verpleeginrichting verblijft. Het verzoek werd ondersteund door een geneeskundige verklaring van de geneesheer-directeur van de verpleeginrichting en relevante documenten zoals het behandelingsplan.

Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een arts en de dochter van betrokkene gehoord. Uit de stukken en de hoorzitting bleek dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die ook na het verlopen van de huidige machtiging aanwezig zal blijven. Deze stoornis brengt gevaar met zich mee dat niet buiten een verpleeginrichting kan worden afgewend.

De rechtbank constateerde tevens dat betrokkene verzet toont tegen het verblijf in de instelling. Gezien de ernst van de situatie en de wettelijke bepalingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) werd besloten de machtiging tot voortgezet verblijf te verlenen voor een maximale duur van zes maanden.

Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak of na betekening aan andere belanghebbenden.

Uitkomst: Machtiging tot voortgezet verblijf in verpleeginrichting verleend voor maximaal zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum beschikking: 27 juli 2017
Zaaknummer: C/03/237613 / BZ RK 17/1091
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven
in de zaak van:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [1929],
wonend te [woonplaats],
thans verblijvend in [verblijfplaats],
verder te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C. Reijntjes-Wendenburg, kantoorhoudend te Maastricht.

1.Het verloop van de procedure

De officier van justitie heeft bij verzoekschrift, op 3 juli 2017 ter griffie ingekomen, aan de rechtbank verzocht ten aanzien van betrokkene, die ingevolge een voorlopige machtiging in een verpleeginrichting verblijft, een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in artikel 15 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) te verlenen.
Bij het verzoekschrift is een ondertekende en met redenen omklede geneeskundige verklaring overgelegd van de geneesheer-directeur van de verpleeginrichting waarin betrokkene is opgenomen en die niet bij diens behandeling betrokken was alsmede een afschrift van de in artikel 37a van de Wet Bopz bedoelde aantekeningen en van het in artikel 38 van Pro de Wet Bopz bedoelde behandelingsplan.
De rechtbank heeft het verzoek mondeling behandeld op 27 juli 2017, waar zijn gehoord betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, alsmede drs. S.L. de Kunder, arts. Voorts is gehoord dochter [X].

2.De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de door de rechtbank tijdens de hoorzitting verkregen inlichtingen blijkt dat bij betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens, de stoornis van de geestvermogens ook na verloop van de geldigheidsduur van de lopende machtiging aanwezig zal zijn, deze stoornis betrokkene ook dan gevaar doet veroorzaken en het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een verpleeginrichting kan worden afgewend.
Voorts is de rechtbank van oordeel dat betrokkene blijk geeft van verzet tegen verblijf in een verpleeginrichting.
Er is aanleiding om de duur van de machtiging tot voortgezet verblijf vast te stellen op maximaal zes maanden.
Gelet op de betreffende artikelen van de Wet Bopz wordt derhalve als volgt beslist.

3.De beslissing

De rechtbank:
verleent machtiging tot voortgezet verblijf van betrokkene in een verpleeginrichting voor de duur van maximaal zes maanden.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.N.F. Sleddens, rechter, en uitgesproken op 27 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.