ECLI:NL:RBLIM:2017:12881
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortgezet verblijf in verpleeginrichting voor betrokkene met geestvermogensstoornis
De rechtbank Limburg behandelde op 27 juli 2017 het verzoek van de officier van justitie om een machtiging tot voortgezet verblijf te verlenen aan betrokkene, die reeds op grond van een voorlopige machtiging in een verpleeginrichting verblijft. Het verzoek werd ondersteund door een geneeskundige verklaring van de geneesheer-directeur van de verpleeginrichting en relevante documenten zoals het behandelingsplan.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een arts en de dochter van betrokkene gehoord. Uit de stukken en de hoorzitting bleek dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die ook na het verlopen van de huidige machtiging aanwezig zal blijven. Deze stoornis brengt gevaar met zich mee dat niet buiten een verpleeginrichting kan worden afgewend.
De rechtbank constateerde tevens dat betrokkene verzet toont tegen het verblijf in de instelling. Gezien de ernst van de situatie en de wettelijke bepalingen van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) werd besloten de machtiging tot voortgezet verblijf te verlenen voor een maximale duur van zes maanden.
Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden, uitsluitend via een advocaat, binnen drie maanden na de uitspraak of na betekening aan andere belanghebbenden.
Uitkomst: Machtiging tot voortgezet verblijf in verpleeginrichting verleend voor maximaal zes maanden.