Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de beslissing waarbij een comparitie van partijen is bepaald
- de comparitie van partijen op 12 januari 2017.
Rechtbank Limburg
Eisende partij voerde werkzaamheden uit aan de woning van gedaagde partij, waaronder vervanging van dakgoten en installatiewerkzaamheden. Voor de dakgoten was een offerte van €6.347,16 geaccepteerd en voor installatiewerkzaamheden een kostenraming van €5.598,71. Eisende partij bracht echter aanzienlijk meer kosten in rekening, waaronder meerwerk dat zij op regiebasis stelde te hebben uitgevoerd.
Gedaagde partij betwistte de opdracht voor meerwerk, behalve voor enkele specifieke onderdelen, en stelde dat alle werkzaamheden binnen de oorspronkelijke offerte vielen. De rechtbank oordeelde dat eisende partij niet kon aantonen dat er een afspraak was over meerwerk op regiebasis en dat zij niet had voldaan aan de verplichting om tijdig te waarschuwen voor prijsverhogingen zoals vereist in artikel 7:755 BW Pro. De extra gefactureerde bedragen werden daarom afgewezen.
Ten aanzien van de factuur voor het vervangen van de dakbedekking stelde gedaagde partij opschorting wegens ondeugdelijk werk. De rechtbank vond dat de klacht te laat was ingediend, waardoor het recht op opschorting en herstel was vervallen. Deze factuur werd daarom toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente.
De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens het ontbreken van een betalingstermijn in de aanmaning. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering voor meerwerk af wegens ontbreken van een schriftelijke afspraak en waarschuwing, en wijst alleen de factuur voor dakbedekking toe wegens te late klacht.